Eerlijke Flex

////Zzp'er: van held naar One-Trick-Pony of Jack-Of...

Zzp'er: van held naar One-Trick-Pony of Jack-Of-All-Trades?

Anne Meint Bouma

Adjunct directeur Brainnet

Zzp'er: van held naar One-Trick-Pony of Jack-Of-All-Trades?

Per 1 mei 2016 treedt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in werking. De Wet DBA moet het aantal schijnzelfstandigen terugdringen en de handhaving mogelijkheden gaan verbeteren. Feitelijk kan nu alleen bij de opdrachtnemer (de zzp’er) loonbelasting worden nageheven. Onder de Wet DBA kan dat straks ook bij de opdrachtgever.

Eric Wiebes, Staatssecretaris van Financiën, zei in een interview met het NRC in 2014 het volgende over de Belastingdienst: “Het herstel van vertrouwen in de Belastingdienst is alleen mogelijk als de dienst bereid is om de samenleving totale openheid te geven over de eigen werkwijze”.

Er is aanhoudende kritiek op de Wet DBA. Deze kritiek richt zich op het feit de wet in de praktijk lastig uitvoerbaar lijkt te zijn. Ook zijn er onduidelijkheden over de werkwijze van de Belastingdienst. Dagelijks zijn er nieuwe voorbeelden die het nieuws halen en steeds weer gaat het om onduidelijkheid over de wet en de werkwijze van de Belastingdienst.

Wie gaat nu aan wie uitleggen hoe het echt werkt?

Het verleden heeft aangetoond dat de Belastingdienst niet altijd even goed raad weet met nieuwe werkprocessen. Wiebes schreef in januari in een brief aan de Eerste Kamer dat er 400 voorbeeldovereenkomsten behandeld zijn en dat er nog 350 in de pijplijn zitten. Als we zo doorgaan, hebben we straks duizenden modelovereenkomsten die ervoor moeten zorgen dat er vooraf tussen opdrachtgever en opdrachtnemer duidelijkheid bestaat over de arbeidsrelatie.

De onduidelijkheid over wat nu precies duidelijkheid moet zijn, vormt het grootste probleem. Volgens Wiebes een grap. Maar voor honderdduizenden hardwerkende zzp’ers een uiterst serieuze aangelegenheid. Ter illustratie twee voorbeelden van de onduidelijkheden die zijn ontstaan:

Voorbeeld 1: eindverantwoordelijkheid in de zorg

De Belastingdienst weigert honderden ingediende modelovereenkomsten aan zorg-zzp’ers toe te kennen vanwege de nieuwe kwaliteitswet Wkkgz. De ministeries van Financiën en VWS zijn het oneens met elkaar. Kern van het probleem is dat in de kwaliteitswet Wkkgz staat beschreven dat de eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg altijd bij de eerste partij ligt die een klant in zorg neemt. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat als een thuiszorginstelling een klant opneemt en een zelfstandige wijkverpleegkundige de opdracht geeft om bij deze klant langs te gaan, de instelling eindverantwoordelijk is voor de kwaliteit. Dit gaat dan vooral over de naleving van alle zorgwetten en -regels. De Belastingdienst leest hierin echter dat er sprake is van een gezagsverhouding in arbeidsrechtelijke zin. De bewuste wijkverpleegkundige is in de ogen van de Belastingdienst dus niet zelfstandig maar een schijnzelfstandige (zie Zorgvisie).

Voorbeeld 2: zzp’ers met een langere opdracht

Er is onduidelijkheid over de duur van de opdracht. Het gaat dan om zzp’ers die volgens de Belastingdienst langer voor een opdrachtgever werken dan ‘gebruikelijk is in de branche’. Wat is gebruikelijk in welke branche? Wat is te lang? Is een jaar lang? Twee jaar of vijf jaar? Stel een zzp’er gaat aan de slag als projectdirecteur bij een bruggenbouwer. Als projectdirecteur is hij verantwoordelijk voor het ontwerp, de bouw, de plaatsing en de opening van de brug. Je zou kunnen zeggen dat het een project is met een duidelijke kop en staart. Het begintraject tot en met de opening neemt vijf jaar in beslag. Is dat te lang? De Belastingdienst is onduidelijk over wat ze verstaat onder ‘gebruikelijk in de branche’.

Middel of kwaal?

De kwaal is volgens Wiebes schijnzelfstandigheid. Wat de omvang van de kwaal dan ook precies mag zijn. In de recente antwoorden van Minister Asscher op vragen naar aanleiding van het IBO ZZP onderzoek, blijkt dat slechts 2% van alle zzp’ers in Nederland aangeeft dat ondernemerschap een geen eigen keuze was maar een gedwongen keuze vanuit de werkgever.

De vorig jaar ingevoerde flexwet WWZ moest leiden tot betere bescherming en meer werkgarantie voor flexmedewerkers. De nieuwe wet is echter een drama voor MKB bedrijven. Zij geven aan moeite te hebben met het betalen van de transitievergoeding waardoor ze in financiële problemen komen. Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland herkennen zich in dit beeld.

MKB-Nederland wil zo snel mogelijk met de vakbonden en minister Asscher om de tafel om de wet aan te passen. ,,We kunnen niet twee tot drie jaar wachten en dan pas evalueren. Op die manier creëren we een ongezonde arbeidsmarkt aldus MKB Voorzitter van Straalen. De wet wordt binnenkort geëvalueerd door de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De vraag is gerechtvaardigd of de middelen om flex-arbeid aan banden te leggen ondertussen niet erger zijn dan de ‘kwaal’ zelf.

Een blog zorgt (wel) voor kamervragen

De Tweede Kamerleden Schut-Welkzijn, Neppérus (beiden VVD) en van Weyenberg (D66) hebben de afgelopen weken kamervragen gesteld aan Staatssecretaris Wiebes. De Kamerleden Mei Li Vos en Groot (PvdA) hebben dat vorige week ook gedaan, zij het (pas) naar aanleiding van een goed geschreven blog. Opmerkelijk: er zijn in de afgelopen drie weken al bijna meer Kamervragen gesteld over de impact van de Wet DBA op het zzp landschap dan de gehele Tweede Kamer gezamenlijk tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in 2015.

Dat geeft toch te denken…

Vraag het de Belastingdienst!

Tijdens de landelijke verkiezingen in 2012 riep de PvdA dat zzp’ers de helden waren van de economie van de 21e eeuw. De VVD riep in datzelfde jaar dat zzp’ers ondernemers zijn en dat zij gelooft dat zzp’ers ruimte moeten krijgen om ondernemer te zijn. Hoe anders is het vier jaar later. De huidige toonzetting over zzp’ers zorgt voor One-Trick-Pony of Jack-Of-All-Trades. Teveel van het één (zielig) of teveel van het ander (belastingprofiteurs).

In mijn optiek doet dit geen recht aan honderdduizenden hardwerkende ondernemers. Zij vormen de smeerolie van onze bloeiende diensteneconomie. Om onder de  ‘One-Trick-Pony of Jack-Of-All-Trades’ van de Belastingdienst uit te komen kunnen zzp’ers, individuen en kleine ondernemingen massaal gebruik van maken van hun recht op vooroverleg en ruling.

De Belastingdienst schrijft hierover op hun eigen website:

“Ruling zorgt voor zekerheid vooraf, en wijkt niet af van wet. De uitleg van fiscale wet- en regelgeving voor belastingplichtigen is altijd gelijk’.

Stel je eens voor. Één miljoen zzp’ers gaan individueel een verzoek in dienen bij de Belastingdienst om vooraf zekerheid te krijgen over de toepassing van wet- en regelgeving op hun wijze van (fiscaal) ondernemerschap. Na de verkregen zekerheid via een individuele ruling kunnen ze weer gaan ondernemen. Een geweldige kans voor de Belastingdienst om in één keer het vertrouwen te herstellen!

Terug naar het overzicht

Reageer